De Rijken Zwaarder Belasten: Waarom Uiteindelijk de Middenklasse en de Armsten de Rekening Betalen


Het is een refrein dat je hoort in elk politiek debat over overheidsfinanciën: als de begroting onder druk staat, moeten de rijken maar meer bijdragen. Het klinkt rechtvaardig. Het klinkt als een makkelijke keuze. Maar wat als die keuze in de praktijk averechts uitpakt – en juist de mensen treft die al weinig te besteden hebben?

Dat is precies de boodschap die de Russisch-Britse satiricus en commentator Konstantin Kisin uitdraagt in zijn veelbesproken interview bij Diary of a CEO. En het is een boodschap die, ondersteund door harde cijfers uit het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland, ongemakkelijk veel economische waarheid bevat.

Dit artikel legt uit hoe het mechanisme werkt, waarom het debat zo moeilijk eerlijk te voeren is, en wat er concreet gebeurt als vermogende ondernemers besluiten te vertrekken.

Het Revolut-voorbeeld: één man, de belasting van een hele stad

Stel je voor: één persoon verlaat het land. Geen fabriek die sluit, geen massa-ontslag, geen faillissement. Eén persoon pakt zijn koffers. En toch verliest de staatskas het equivalent van de volledige jaarlijkse inkomstenbelasting van een middelgrote stad.

Dit is geen hypothese. Dit is wat er in het najaar van 2025 in het Verenigd Koninkrijk feitelijk gebeurde.

Nik Storonsky, medeoprichter en CEO van fintech-gigant Revolut – een bedrijf met 65 miljoen gebruikers in 48 landen en een waardering van 75 miljard dollar – verhuisde zijn fiscale woonplaats van Londen naar Dubai. De aanleiding: de Britse regering schafte per 6 april 2025 het zogenoemde non-dom-regime af, waardoor Storonsky voortaan ook Britse belasting zou betalen over zijn wereldwijde inkomen en vermogenswinsten.

Storonsky bezit circa 25% van Revolut. Bij een verwachte beursgang zou zijn vermogen oplopen tot zo’n £14 miljard. Als hij in het VK was gebleven en zijn aandelen had verkocht, zou hij naar schatting £3,4 miljard aan capital gains tax hebben afgedragen – dat is ongeveer een kwart van de totale jaarlijkse CGT-opbrengst van het hele Verenigd Koninkrijk. In de UAE is er geen vermogenswinstbelasting en geen inkomstenbelasting.

Reken mee: een gemiddelde Britse belastingbetaler draagt ongeveer £7.000 tot £7.500 per jaar af aan inkomstenbelasting. Om £3 miljard op te vangen heb je dus 430.000 tot 450.000 gewone belastingbetalers nodig – de complete belastingopbrengst van een middelgrote Britse stad, voor een heel jaar.

“Gefeliciteerd, je hebt de rijken zwaarder belast. Nu moeten een half miljoen mensen meer betalen. Goed gedaan.”
— Konstantin Kisin, Diary of a CEO

Dit is het kernmechanisme: wanneer belastingbeleid vermogenden wegjaagt in plaats van te retineren, verschuift de belastingdruk automatisch naar degenen die níet kunnen vertrekken – de middenklasse en lagere inkomens.


Het morele frame blokkeert het economische argument

Waarom is dit argument zo moeilijk te voeren in het publieke debat? Kisin legt het haarscherp uit: omdat de discussie moreel is geworden in plaats van economisch.

Wanneer het frame is dat “rijke mensen slecht zijn” – dat zij hun vermogen niet verdiend hebben maar gestolen, dat hun succes per definitie ten koste ging van anderen – dan is het fiscaal aanpakken van die groep geen beleidskeuze meer, maar een daad van rechtvaardigheid. En wie een daad van rechtvaardigheid in twijfel trekt, staat aan de verkeerde kant van de moraal.

Het praktische bezwaar – dat hoge belasting op mobiel vermogen leidt tot gedragsverandering, emigratie, en uiteindelijk een smallere belastingbasis – dringt in dat frame eenvoudigweg niet door. Academisch onderzoek bevestigt dit: hogere toptarieven leiden aantoonbaar tot meer belastingontwijking door ondernemers, maar maken ongelijkheid zelden kleiner. De rijken blijven rijk; ze betalen alleen via andere constructies.

Het resultaat is beleid dat moreel bevredigend klinkt maar economisch niet werkt – en waarvan de rekening terechtkomt bij mensen die géén keuze hebben.

Verenigd Koninkrijk: record belastingdruk, maar wie betaalt er echt?

De Britse situatie illustreert de paradox het scherpst. De belastingdruk in het VK stijgt naar 37,7% van het BBP in 2027-28 – het hoogste niveau in de naoorlogse geschiedenis. Tegelijkertijd ervaart het land een ongekende exodus van vermogenden: in 2025 verlieten naar schatting 16.500 millionairs netto het land, meer dan enig ander land ter wereld. Met hen verdween een geschat vermogen van 91,8 miljard dollar.

De gevolgen voor gewone Britten zijn direct voelbaar. Met de belastingopbrengsten die wegvallen door het vertrek van vermogende niet-dominanten moest de regering-Reeves elders bezuinigen. Eén van de keuzes: £5 miljard bezuinigen op PIP (Personal Independence Payments) – uitkeringen voor mensen met een beperking die niet kunnen werken. Niet de rijken, maar de meest kwetsbaren in de samenleving betalen de prijs.

De Britse situatie laat nog een ander mechanisme zien. Onderzoek door de London School of Economics toont aan dat de top 1% van inkomens in de VS en het VK systematisch circa 21% van hun inkomen niet rapporteert aan de belastingdienst – via offshore constructies en doorsluisbedrijven. Hoe hoger de tarieven, hoe sterker de prikkel om deze constructies te gebruiken. Het zijn niet de gepensioneerde belastingbetaler in Manchester of de verpleegster in Leeds die toegang hebben tot zulke structuren – het zijn de rijken.

Het meest onthutsende? De effectieve belastingdruk van de rijkste huishoudens is in de praktijk vaak lager dan die van de middenklasse, juist omdat vermogensinkomsten (dividenden, koerswinsten) lager worden belast dan arbeidsinkomen. De progressiviteit van het systeem is op papier groter dan in de werkelijkheid.

Praktisch voorbeeld: de Britse leraar vs. de DGA

Britse leraarVertrokken miljardair
Jaarinkomen / vermogen£38.000 loon£14 miljard vermogen
Belasting betaald~£6.500–8.000£0 (woont in Dubai)
Mogelijkheid te vertrekkenVrijwel geenVolledig
Effect belastingverhogingDirect hogere drukGedragsverandering: vertrek

Nederland: box 3, vermogensaanwas en de dreiging van kapitaalvlucht

Nederland kiest zijn eigen weg in dit debat – en die weg heeft vergaande consequenties voor iedereen met spaargeld of beleggingen.

In 2025 geldt in box 3 een belastingtarief van 36% op een fictief rendement. Het heffingsvrije vermogen bedraagt €57.684 per persoon. Wie als fiscale partners samen €200.000 hebben belegd, betaalt al belasting op een verondersteld rendement – ook als dat rendement in werkelijkheid lager uitvalt.

Maar de werkelijke omslag komt in 2028. De Tweede Kamer keurde in februari 2026 een nieuw box 3-stelsel goed waarbij werkelijk rendement wordt belast, inclusief ongerealiseerde vermogensaanwas – dus ook papieren winsten die je nog niet hebt gecasht. Voor crypto- en aandelenportefeuilles betekent dit dat je belasting betaalt over winsten die je nog niet hebt gerealiseerd, wat sommige beleggers ertoe kan dwingen assets te verkopen om de belastingrekening te betalen.

Praktisch voorbeeld: box 3 oud vs. nieuw

Stel: je hebt €100.000 in ETFs. Die stijgen in waarde naar €130.000 (+30%) in één jaar.

  • Huidig systeem (2025): je betaalt 36% over het forfaitaire rendement van 5,88% = €2.117 belasting.
  • Nieuw systeem (2028): je betaalt 36% over de werkelijke aanwas van €30.000 = €10.800 belasting.

Je hebt geen euro ontvangen. Je portefeuille is gestegen op papier. En toch is je belastingrekening vijf keer zo hoog.

Dit is geen maatregel die alleen rijken treft. Het raakt iedere middenklasse-Nederlander die spaart voor zijn pensioen via beleggingen, iedere zelfstandig ondernemer die vermogen opbouwt in privé, en iedere huiseigenaar die zijn overwaarde heeft herbelegd.

Tegelijkertijd vreest een groeiende groep financieel adviseurs en beleidswatchers dat de maatregel vermogenden naar het buitenland drijft. Een steeds populairder advies aan DGA’s en vermogende beleggers: emigreer tijdig naar Dubai, Singapore of Andorra. De Nederlandse overheid erkent dit risico, maar schat de potentiële opbrengst van een trailing tax (verlengde belastingplicht na emigratie) op slechts €16 tot €38 miljoen per jaar – en verwacht dat gedragseffecten zelfs dat bedrag nog zullen uithollen.

Wie heeft er daadwerkelijk last van box 3?

De schijnbare paradox van box 3 is dat het systeem zwaarder landt bij vermogende Nederlanders die wél blijven dan bij de superrijken die vertrekken. En als die middenvermogens ook wegtrekken – of hun vermogen structureren via een BV – krimpt de belastingbasis wederom, en betaalt de gewone spaarder met een modeste portefeuille relatief meer.

Ondertussen krijgen Nederlandse gemeenten te maken met een bezuiniging van €2,4 miljard op het gemeentefonds in 2026. Gemeenten zijn gemiddeld voor 70% van hun inkomsten afhankelijk van rijksmiddelen; driekwart dreigde in de rode cijfers te belanden. Bezuinigingen op jeugdzorg, bibliotheekdiensten en wijkcentra zijn het gevolg – en het zijn niet de bewoners van de Apollolaan die dat merken.


Duitsland: de harde aanpak via Wegzugsbesteuerung

Duitsland kiest voor een andere strategie: niet proberen de rijken te houden via aantrekkelijk beleid, maar vertrek zo kostbaar mogelijk maken via de Wegzugsbesteuerung (exitbelasting).

De regeling werkt als volgt: wie als privépersoon minimaal 1% aandelen in een kapitaalvennootschap bezit en zijn woonplaats naar het buitenland verplaatst, wordt door de Belastingdienst behandeld alsof hij zijn aandelen heeft verkocht – ook al heeft hij dat niet gedaan. Over de volledige stille reserve (de ongerealiseerde meerwaarde) wordt belasting geheven op basis van het Teileinkünfteverfahren: 60% van de fictieve winst wordt belast naar het persoonlijke tarief, dat kan oplopen tot circa 45%.

Praktisch voorbeeld: de Duitse ondernemer

Een ondernemer in München heeft zijn tech-startup in 15 jaar opgebouwd van €0 naar €5 miljoen waarde. Hij wil emigreren naar Portugal.

  • Stille reserve: €5.000.000
  • Belastbare grondslag (60%): €3.000.000
  • Belasting (ca. 45%): ~€1.350.000 – zonder één euro te hebben ontvangen[20]

Bovendien is de vroegere mogelijkheid van rentevrijgestelde uitstel van betaling voor EU-emigratie afgeschaft in 2022; nu dreigt directe betaling in termijnen over 7 jaar, inclusief zekerheidstelling. Zo kostbaar is vertrek uit Duitsland geworden, dat zelfs het Europees Hof van Justitie in 2025 onderzoekt of de regeling nog wel in lijn is met de EU-vrijheden van vestiging.

Het Duitsland-model werkt als een achtervangnet: belastingopbrengst gaat niet verloren bij vertrek. Maar de keerzijde is een ontmoedigend ondernemersklimaat – de exitkosten zijn zo hoog dat ondernemers soms liever hun bedrijf niet verder uitbouwen dan dat ze zichzelf in een fiscale gevangenis bouwen.

Vergelijkingstabel: VK, Nederland en Duitsland

AspectVerenigd KoninkrijkNederlandDuitsland
Belastingdruk op vermogenCGT 24% (gerealiseerd)36% op forfait / werkelijk rendement~25-27% effectief via Teileinkünfte
Regime bij vertrekGeen specifieke exitbelastingConserverende aanslag box 2 + 5 jaar verlengde plicht voor hoge inkomensWegzugsbesteuerung: fiktieve verkoop aandelen bij emigratie
MillionairsvluchtGrootste ter wereld (2025): −16.500Toenemende emigratiedruk DGA’s en vermogende beleggersBeperkt door hoge exitkosten, maar EuGH toetst
Impact op zwakstenBezuiniging PIP-uitkeringen £5 mrdGemeentefonds −€2,4 mrd 2026Hoge entreedrempel voor startende ondernemers
Morele framing beleid“Non-doms betalen niet genoeg”“Vermogenden moeten werkelijk rendement dragen”“Wie bouwt in DE, betaalt in DE”

Het mechanisme: waarom hogere belasting op rijken de armen raakt

Het klinkt als een paradox, maar de economische logica is niet ingewikkeld:

1. Mobiel kapitaal verplaatst zich.
Rijke ondernemers en beleggers hebben iets wat werknemers niet hebben: de vrijheid om te vertrekken. Arbeidsinkomen is geografisch gebonden (je moet ergens werken), maar vermogen is dat niet. Hoe hoger de belastingdruk op vermogen, hoe groter de prikkel om dat vermogen of de belastingwoonplaats te verplaatsen.

2. De belastingbasis slinkt.
Als één Storonsky £3,4 miljard potentiële CGT meeneemt naar Dubai, moet het tekort elders worden gedekt. Dat kan via bezuinigingen op publieke diensten (wie gebruikt die het meest? De armsten en de middenklasse), via hogere belasting op arbeidsinkomen (wederom: de middenklasse), of via meer staatsschuld (een last voor toekomstige generaties).

3. Ontwijkingsmogelijkheden zijn niet gelijk verdeeld.
Een pensionado met €80.000 op zijn spaarrekening heeft geen toegang tot Cayman Islands-structuren of Dubai-emigratie. Een vermogend zakenman heeft dat wel. Hoe hoger de belastingtarieven, hoe sterker de prikkel voor die laatste groep om te ontwijken – en hoe meer de belastingdruk verschuift naar degenen die geen uitweg hebben.

4. Ondernemers creëren werkgelegenheid.
Kisin benadrukt dit in zijn interview: vermogende ondernemers worden niet armer van hogere belastingen, maar ze stoppen met investeren, stoppen met aannemen, stoppen met risico nemen. De werknemer die zijn baan verliest aan een niet-geopend bedrijf, de freelancer die een klant mist omdat een DGA zijn BV heeft verplaatst – die betalen de indirecte rekening.

Maar zijn er dan geen alternatieven?

Het betoog hierboven is géén pleidooi voor nultarieven voor miljonairs, noch een afwijzing van herverdeling als principe. Het is een waarschuwing tegen slecht ontworpen beleid dat het tegenovergestelde bereikt van wat het beoogt.

Er zijn weldegelijk beleidsinstrumenten die vermogens effectiever belasten zonder de vluchtstimulus te activeren:

  • Progressieve vermogensbelasting op geconsumeerd vermogen (VAT-based modellen), die consumptie belasten in plaats van accumulatie
  • Internationale samenwerking via OESO-minimumtarieven voor vermogens, die de race to the bottom voor mobiel kapitaal beperkt
  • Exit taxes met EU-conforme uitvoering, die stille reserves belasten bij vertrek maar vluchten niet onmogelijk maken — zoals Duitsland probeert (al staat het model onder druk)
  • Efficiëntere overheidsuitgaven in plaats van automatisch meer geld pompen in onderpresterende systemen — het IEA-rapport over de NHS toont aan dat hogere budgetten niet automatisch betere uitkomsten geven

Conclusie: beleid dat de sterksten aanpakt, beschadigt de zwaksten

De centrale les van het Storonsky-voorbeeld, de box 3-hervorming en de Wegzugsbesteuerung is dezelfde: beleid dat ontworpen is om “de rijken te laten betalen” werkt alleen als het de rijken ook werkelijk bereikt. Zodra het gedragsreacties uitlokt – emigratie, constructies, uitstel van investeringen – treft het niet langer de doelgroep, maar iedereen die geen uitwijkmogelijkheden heeft.

Dat zijn de verpleegster die op de PIP-uitkering vertrouwt. De ouder die de bezuiniging op jeugdzorg in zijn gemeente voelt. De middenklasse-spaarder die zijn beleggingsportefeuille ziet aangeslagen op papier-winsten die hij nooit heeft ontvangen.

Het meest verontrustende is niet dat dit mechanisme bestaat — het is dat het in het politieke debat zo moeilijk bespreekbaar is. Zodra je het noemt, word je weggezet als pleitbezorger van de rijken. Terwijl je juist betoogt voor beleid dat de zwaksten beschermt.

Kisin formuleert het in zijn interview zo: “Zelfs als ik het met je eens was dat rijke mensen slecht zijn — het werkt gewoon niet in de praktijk. Waarom zou je dan doorgaan met iets wat niet werkt?”

Het is een vraag die elk politicus, elke beleidsmaker en elke kiezer zou moeten stellen voordat hij zijn hand opsteekt voor de volgende belasting op “de rijken”.

De bronnen:

Video

Verenigd Koninkrijk

Nederland

Duitsland

Onderbouwende analyses